Alimentatie- en of partneronderzoek Casus

Ziet u uw alimentatieverplichting ook als sponsoring, omdat u vermoedt dat uw ex-partner weer een duurzame affectieve  relatie heeft en samenwoont?  Vermoedt u dat uw ex-partner andere bronnen van inkomsten heeft gegenereerd, waardoor aanpassing van de hoogte van het alimentatiebedrag reëel zou zijn?

Een alimentatie-onderzoek vergt tijd. U dient  als eiser aannemelijk te maken dat uw ex-partner weer een duurzame affectieve relatie heeft waarbij men elkaar wederzijds verzorgt, men samenwoont en – zeer belangrijk- een gemeenschappelijke huishouding voert. Dit alles conform artikel 1:160 Burgerlijk Wetboek.

Als uw ex-partner opnieuw trouwt of een geregistreerd partnerschap aangaat of samenwoont met een ander als waren zij gehuwd eindigt uw verplichting tot het betalen van de partneralimentatie. U kunt het bestaan van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap eenvoudig bewijzen, echter bij een samenleving als waren zij gehuwd ligt dat moeilijker.

De rechtspraak is terughoudend met het beëindigen van een alimentatieverplichting wegens samenwonen. Een beëindiging betekent immers dat uw ex-partner ook in de toekomst geen aanspraak meer op partneralimentatie kan doen. Bij een nihil-stelling is dit anders.

De rechtbank verwacht dan ook dat u met goede bewijzen komt dat uw ex-partner opnieuw samenwoont met een ander voordat u onder uw partneralimentatieverplichting uitkomt.

De Rechtbank en het Gerechtshof houden 5 criteria aan om samenwonen te bewijzen:

  • Een affectieve (/liefdes-)relatie;
  • Een duurzame relatie;
  • Samenwoning;
  • Het voeren van een gemeenschappelijke huishouding;
  • Het wederzijds verzorgen door de partners.

De eerste twee criteria zullen vaak wel duidelijk zijn. Als men een relatie met elkaar heeft, dan weet de buitenwereld daar vaak wel vanaf en is meestal wel duidelijk dat er sprake is van een liefdesrelatie. Als de relatie al enige tijd duurt, dan zal de duurzaamheid van de relatie ook wel worden aangenomen. De andere drie criteria zijn moeilijker te bewijzen en dat is waarvoor u PD Recherche kunt inschakelen. PD Recherche heeft de kennis en de tools om een alimentatie- of partneronderzoek goed uit te voeren. PD Recherche maakt van haar bevindingen en observaties een juridisch onderbouwd rapport op dat u eventueel kunt gebruiken in de rechtsgang. Een gemiddeld alimentatie- of partneronderzoek vergt ongeveer een tijdsduur van 3 tot 4 maanden.

De door PD Recherche toegepaste werkwijze verschilt per casus maar blijft doelgericht. Observatie zal van oudsher de meest bekende en meest gehanteerde methode zijn, maar een digitaal onderzoek kan ook deel uit maken van het geheel. Ook getuigenissen van buren en gezamenlijke vrienden kunnen deel uit maken van het alimentatieonderzoek. PD Recherche werkt conform de wettelijke bepalingen, waardoor de ex-partner ook altijd gelegenheid tot “hoor en wederhoor” krijgt.

Van de bevindingen wordt – in nauw overleg met uw advocaat-  een rapport opgemaakt voorzien van foto- en/of filmmateriaal. Een door PD Recherche opgesteld rapport is rechtsgeldig en kan derhalve ingebracht worden als bewijsmateriaal in een eventuele gerechtelijke procedure.

Hebt u nog geen contact met een advocaat, PD Recherche heeft een uitgebreid netwerk met daarin advocaten die gespecialiseerd zijn op het gebied van alimentatieprocedures.

Wilt u meer informatie of wenst u een onderzoek door PD Recherche, neem dan vrijblijvend contact met ons op of maak gebruik van een gratis intakegesprek.

Om teleurstellingen te voorkomen adviseert PD Recherche altijd om een zogenaamd “vooronderzoek” in te stellen voor zij met een uitgebreid alimentatieonderzoek van start gaat. Wat dit vooronderzoek inhoudt en wat hiervan de kosten zijn wil PD Recherche u graag persoonlijk uitleggen. U kunt hiervoor vrijblijvend contact opnemen.

Casus 1:

Onze opdrachtgever betaalde een dikke € 5000,- aan alimentatie aan zijn ex-partner per maand. Hij zou nog in totaal € 420.000,- moeten betalen over de resterende 7 jaren. Door ons onderzoek hebben wij kunnen aantonen dat de ex-partner samenwoonde als bedoeld in artikel 1:160 Burgerlijk Wetboek. Omdat onze opdrachtgever geen ellenlange gerechtelijke procedures wilde,  met ook nog het risico dat de rechter anders tegen de zaak zou aankijken, heeft hij voor middeling gekozen. Met onze rapportage in gedachten heeft de ex-partner  het aanbod van in een keer € 150.000,- aangenomen. Hierdoor had de opdrachtgever een besparing van € 270.000,-

Casus 2:

Onze opdrachtgeefster betaalde € 1500,- per maand aan haar ex-partner. Omdat de ex-partners ook een co-ouderschap hadden, kwam onze opdrachtgeefster zeer regelmatig bij haar ex-partner, waarbij zij constateerde dat er nagenoeg altijd een nieuwe partner aanwezig was. Tevens was zij ervan op de hoogte dat haar ex-partner een eigen bedrijfje had opgezet waarmee hij inkomsten genereerde die hij bij het berekenen van de alimentatie nog niet had.

Door een uitgebreid digitaal onderzoek kon worden aangetoond dat er inderdaad nieuwe inkomsten kwamen uit het bedrijfje van de ex-partner. Ook kwam uit onderzoek naar voren dat hij samenleefde met zijn nieuwe partner waarmee hij een duurzame affectieve relatie had, er sprake was van wederzijdse verzorging en men een gemeenschappelijk huishouden voerde. Uiteindelijk bepaalde de rechter dat de alimentatieverplichting voor onze opdrachtgeefster op nihil werd gesteld.

Casus 3:

Tijdens het gratis intakegesprek gaf onze potentiële opdrachtgever aan dat hij € 1250,- per maand aan alimentatieverplichting had tegenover zijn ex-partner. Hij had via zijn jonge kinderen vernomen dat zijn ex-partner een nieuwe vriend had die regelmatig bij mama logeerde. Omdat er verder weinig andere indicaties waren voor het feit dat de ex-partner samenwoonde alsof ze waren gehuwd, hebben wij een zogenaamd “vooronderzoek” geadviseerd. Tijdens dat 1 maand durende vooronderzoek kwamen wij er achter dat van samenwonen geen sprake was. De nieuwe partner kwam hooguit 1 of 2 nachten per week bij de ex-partner, waarop we  geadviseerd hebben nog geruime tijd te wachten met een alimentatieonderzoek, omdat dit zeker geen effect zou sorteren. De kosten voor dit vooronderzoek bedroegen € 2000,- waarmee de opdrachtgever hoge kosten voor een compleet alimentatieonderzoek bespaard bleven.